zaterdag 16 april 2016

Interview AD met Anny


 Bij Anny Schilder werd twee jaar geleden borstkanker geconstateerd. ,,Alsof twee handen je bij je lurven pakken. Zo: jij mag niet meer meedoen." Maar ze vocht terug en is kankervrij. ,,Hoeveel mensen je ook om je heen hebt - je bent altijd alleen." Een gesprek thuis in Volendam.
,,Nooit smeerde ik me in Spanje in. Ik verbrand niet snel. Maar het was zo heet, ik moest wel. Toen voelde ik een knobbeltje in mijn borst.   
Dan schiet het door je heen: het zal toch niet... Tegelijk denk je: nee, dit gebeurt mij niet. Ik krijg alles, maar geen kanker. Vorige week had ik het er met de moeder van Simon Keizer over. Zij heeft lymfeklierkanker. Ik zei: waarom uitgerekend ik? Zij zei: ik redeneer andersom. Waarom ik niet? Dat is waar. Je denkt dat het je nooit overkomt.

Ik ben deze week op controle geweest. Alles was goed, rustig. Maar als ik naar het ziekenhuis moet, sta ik stijf van de zenuwen. Ik kan mijn sleutels niet meer vinden. Stoot dingen om. Of mijn mobieltje valt in de wc. 

Ik neem niemand meer mee. In gezelschap stop ik het weg. Maak ik grapjes, word ik gezellig. Niet de  manier om ermee om te gaan. Ik volg nu een cursus mindfulness. Met lotgenoten praat je over je ziekte. Dat doe je thuis niet. Daar gaat het leven door.
Mindfulness sleept me erdoorheen, houdt me op de been. Maar het is confronterend. Je word je bewust van de situatie. Het wordt echt, zal ik maar zeggen. Ik moet nog twee sessies, maar voel dat het helpt. Je hoeft niet meer in jezelf te graven met al je verdriet. Je hebt iets om op te bouwen.  

In 2014 werd ik geopereerd. Borstamputatie. Weg ermee! Al hadden ze er alle twee af gemoeten. Gelukkig geen uitzaaiingen. Maar de angst nestelt zich in je hoofd. Het zit ergens in een doosje dat zo weer open kan.

Ik heb 9 procent kans op terugkeer. Dat doosje, je draagt het de rest van je leven mee. Maar ik zorg er voor dat het geen bezit van mij neemt.


Mijn eerste vier chemokuren wa­ren loodzwaar. Daarna volgden er nog twaalf. Die chemovloeistof was roze - mijn lievelingskleur. Dat zie je ook in mijn huisje. Maar ik kon op een gegeven moment geen roze meer zien. Het infuus moest achter me staan.
Hondje
Thuis dwong ik mezelf elke ochtend met Rico, m'n hondje, te wandelen. Dan verbruik je wel alle energie voor de rest van de dag. Je doet wel je dingetjes, maar je bent doodop.

Daarna ging ik op vakantie. Finland. Met chemo moet je oppassen met de zon, hè? Prachtig mooi land. Terug wilde ik m'n leven oppakken waar het was gestopt. Vergeet het maar. Ik stortte compleet in.
Je bent zo verschrikkelijk alleen. Hoeveel mensen je ook om je heen hebt. Familie, vrienden, ze kwamen allemaal langs. Maar ze gingen ook  weer naar huis. Dat was vreselijk.

Bovendien moesten Jan Keizer en ik op tournee door Zuid-Afrika. Ik dacht: dat trek ik nooit. Ik durfde  niet. Toen zei mijn arts: Anny, er is maar één manier om er achter te komen of je het kunt. Ga!  
Het was daar geweldig. Ik voelde me weer helemaal de koningin van het levenslied. In 12 dagen traden we tien keer op. Pittig, maar o zo leuk. Daarna naar Roemenië, waar BZN ook nog enorm populair is. Ook dat ging hartstikke goed. 


Terug in Nederland, het was rond kerst, kreeg ik een terugslag. Totale paniek. Bang dat de kanker terugkeerde. Dat ik zou doodgaan. Ik ben als de dood voor de dood. Toen werden ook nog eens de amandelen van mijn zoon Juan geknipt. Dat ging mis, bloedingen. In het ziekenhuis kwam alles weer terug.

Thuis lag ik met mijn volle verstand op bed, maar toch zó angstig. Ik kon wel uit het raam springen. Weet je wat ik toen deed? Het klinkt stom, maar ik riep mijn moeder, die 4 jaar geleden is overleden. 'Moeder', zei ik, 'ik heb altijd alles voor jou gedaan. Altijd voor je klaargestaan. Maar nou moet jij me helpen.'

Mens, ik was zó woedend op het leven. Zo verschrikkelijk kwaad. Niet op mijn omgeving, maar diep in mezelf. Iemand zei dat ik alles moest opschrijven. 'Helpt bij mij niet', riep ik. Toch deed ik het. Ik lag vrijdagavond op bed, kon niet slapen. Hartstikke kwaad, tegen het overgeven aan. Toen pakte ik een blocnote en schreef alles op wat in me opkwam. De smerigste woorden zaten erbij. Daarna viel ik in slaap.
's Ochtends heb ik de bladzijden eruit gescheurd. Het was me te grof. Maar bevrijdend werkte het wel. Ik heb koffiegezet, ben op de bank gaan zitten en heb tegen mezelf gezegd: en nou is het afgelopen! Doe even normaal, idioot. Kijk, ik ben geen zeikwijf. Ik pak mezelf elke keer weer op. 

Genieten
Ik weet wel: mijn onbezonnen leven is over. 'Toekomst' bestaat niet. Ik geniet elke dag, denk niet aan morgen. Ik heb veel steun aan Juan, mijn dochter Anja en schoonzoon Jan. En mijn kleindochter Ella van 3. Die kleine schat is mijn vriendin. Ik heb het haar niet verteld. Niet aan zo'n kleintje. Heb wel in haar omaboek geschreven dat ik in het ziekenhuis lag. En dat mama later wel vertelt waarom.

Ik zat met Ella in de auto. Mijn pruik op - na 10 dagen was al m'n haar weg. Ook de haartjes op m'n huid. Zo'n raar gezicht. Thuis had ik een petje op, soms gewoon op m'n kale kop. Dat zag Ella allemaal. Toen ik m'n pruik op had zei ze: 'Oma, wat zit je haar mooi... Ze snapte er niks van. Maar het deed me zo goed.

Nu is m'n haar helemaal terug. Als ik het niet bijwerk, ben ik grijs als een deur. Ben wel 57, hoor. 

Weet je wat me zo opvalt als je ziek bent? Dat iedereen zo lief voor je is. Je hoeft niks uit te leggen, ze begrijpen het. Ach, mensen zijn zo slecht nog niet.''

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen